Regio steunt spaarplan Knot voor miljardenproject Lelylijn
De noordelijke provincies en gemeenten zijn bereid jaarlijks 40 miljoen euro te reserveren voor de aanleg van de Lelylijn, mits het Rijk zelf ieder jaar 400 miljoen euro spaart voor het project. Dat werd woensdag duidelijk tijdens een overleg tussen Lelylijngezant Klaas Knot, provinciebestuurders en vertegenwoordigers van gemeenten uit Noord-Nederland.
Om dit voor elkaar te krijgen wil de regio daarvoor een speciale investeringswerkgroep oprichten die moet onderzoeken hoe het geld bijeen kan worden gebracht.
Geldpotje
Knot adviseerde eerder dit jaar al om structureel geld in een potje te stoppen voor de nieuwe spoorverbinding tussen Groningen en Lelystad. Volgens hem is de aanleg van de Lelylijn van groot economisch belang voor zowel Noord-Nederland als de rest van het land. De totale kosten van het project worden momenteel geraamd op ongeveer 14 tot 14,5 miljard euro.
Volgens de betrokken provincies Groningen, Fryslân, Drenthe en Flevoland is een regionale bijdrage noodzakelijk om voldoende steun vanuit Den Haag te krijgen. Gronings commissaris van de Koning René Paas, tevens voorzitter van de Stuurgroep Lelylijn, benadrukte dat 'de regio moet leveren' . Wel gaf hij aan dat het benodigde geld niet zomaar beschikbaar is en dat nog onderzocht moet worden hoe de bijdrage precies verdeeld wordt tussen provincies, gemeenten en mogelijk ook waterschappen.
Financiële drempel
Het voorstel van Knot moet bovendien een belangrijke financiële drempel wegnemen. Binnen het Rijk geldt namelijk de richtlijn dat voor grote infrastructuurprojecten minstens 75 procent van de financiering in beeld moet zijn voordat uitvoering mogelijk wordt. Door jaarlijks bedragen te reserveren, denkt Knot dat er geleidelijk voldoende financiële zekerheid ontstaat: "Elk jaar slechts 0,04 procent van het bruto nationaal product."
Politieke steun
De politieke steun voor de Lelylijn is echter nog onzeker. Vorig jaar werd een eerder gereserveerd fonds van ruim 3 miljard euro grotendeels gebruikt voor andere infrastructurele projecten, waaronder de Nedersaksenlijn, het spoor bij Meppel en werkzaamheden aan de Afsluitdijk. Daardoor bleef ongeveer 600 miljoen euro over voor de Lelylijn. In de Tweede Kamer bestaat daarnaast verdeeldheid over het plan. Sommige partijen twijfelen openlijk aan de haalbaarheid van de spoorlijn en pleiten ervoor het resterende budget elders in te zetten.
Toch blijven voorstanders benadrukken dat de Lelylijn een grote impuls kan geven aan Noord-Nederland. De nieuwe spoorverbinding moet de reistijd tussen de Randstad en het noorden aanzienlijk verkorten en kan volgens betrokken bestuurders bijdragen aan economische groei, betere bereikbaarheid en extra woningbouw in de regio. Volgende week licht Knot zijn advies toe in de Tweede Kamer, waarna later deze maand een debat volgt over de toekomst van het project.