Kabinet beslist begin 2027 over toekomst van het spoor na 2033

 (Foto: Treinenweb)
(Foto: Treinenweb)

Het kabinet wil begin 2027 een definitieve keuze maken over de toekomst van het Nederlandse spoor na 2033. Dat schrijft staatssecretaris Annet Bertram in een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer. De beslissing is nodig omdat de huidige concessie van het hoofdrailnet aan NS in 2033 afloopt.

Volgens het kabinet is een tijdige keuze noodzakelijk, omdat het voorbereiden van nieuwe concessies of aanbestedingen meerdere jaren duurt.

Vijf scenario's

In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzochten adviesbureaus Goudappel, Rebel en APPM vijf mogelijke scenario’s voor het spoor. Daarbij varieert de keuze van het behouden van één landelijke vervoerder tot een systeem met meerdere concessies of meer open toegang voor verschillende vervoerders. Ook is gekeken naar een model waarbij het hoofdspoornet wordt opgedeeld in corridors of kleinere pakketten van spoorlijnen.

Volgens de onderzoekers zijn alle scenario’s technisch en organisatorisch uitvoerbaar. Omdat in elk scenario is uitgegaan van een vergelijkbare dienstregeling, blijven de verschillen in bereikbaarheid en reizigersaantallen beperkt.

Meer vervoerders betekent meer afstemming

Toch waarschuwen de onderzoekers dat een grotere rol voor meerdere vervoerders gevolgen kan hebben voor reizigers. Meer concessies kunnen leiden tot extra overstappen, langere reistijden en complexere reisinformatie. Ook neemt de noodzaak toe om dienstregelingen, stationsvoorzieningen en betaalsystemen goed op elkaar af te stemmen.

Het huidige spoorsysteem is grotendeels ingericht rond één landelijke concessiehouder. Wanneer meerdere vervoerders actief worden op hetzelfde netwerk, zijn aanvullende afspraken nodig over bijvoorbeeld toegang tot infrastructuur, reisinformatie en overstapmogelijkheden. Daarbij wordt ook gekeken naar de toekomstige rol van spoorbeheerder ProRail en mogelijk een landelijke ov-autoriteit.

Concurrentie kan efficiëntie verbeteren

Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat concurrentie tussen vervoerders mogelijk kan zorgen voor efficiënter spoorvervoer en hogere productiviteit. De onderzoekers benadrukken echter dat binnen deze studie geen harde conclusies kunnen worden getrokken over de daadwerkelijke effecten daarvan.

Het meest vergaande scenario in het onderzoek is een zogenoemd “Open Netwerk”, waarbij het hoofdspoornet wordt verdeeld in 35 kleinere pakketten waarop vervoerders in open toegang kunnen rijden. Aan de andere kant van het spectrum staat het huidige model, waarin NS het volledige hoofdrailnet exploiteert.

Juridische procedures spelen mee

Het kabinet moet zijn keuze maken terwijl er nog rechtszaken lopen over de huidige concessie aan NS. De Europese Commissie vindt dat de concessie niet onderhands gegund had mogen worden en dat delen van het spoor openbaar aanbesteed hadden moeten worden. Ook verschillende vervoerders hebben hierover een procedure aangespannen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

De uitkomsten van die procedures worden pas later in 2027 verwacht. Daardoor moet het kabinet rekening houden met verschillende juridische scenario’s bij het nemen van een besluit over de toekomst van het spoor.

Nieuwe uitwerking volgt later dit jaar

De komende maanden werkt het ministerie de verschillende opties verder uit. Daarbij worden regionale overheden, vervoerders, reizigersorganisaties en andere betrokken partijen betrokken. Onderwerpen als netwerkindeling, reizigersbelangen, aansturing en markttoegang krijgen daarbij extra aandacht.

De Tweede Kamer ontvangt naar verwachting in het najaar van 2026 een nieuwe voortgangsrapportage. Daarmee zet het kabinet een volgende stap richting de beslissing over hoe het Nederlandse spoor vanaf 2033 georganiseerd moet worden.