Kabinet trekt 18 miljard euro uit voor onderhoud en vernieuwing infrastructuur
Het kabinet investeert 18 miljard euro extra in het onderhoud en de vernieuwing van wegen, bruggen, spoorlijnen en waterwerken. De miljardeninjectie moet de verouderde Nederlandse infrastructuur weer op orde brengen. Omdat de onderhoudsopgave groot is en niet alle ambities binnen het beschikbare budget passen, is er scherp gekeken naar prioriteiten en budgetten.
Gebreken aan infrastructuur, waaronder bruggen, zoals de Merwedebrug en de Suurhoffbrug, onderstrepen de noodzaak van grootschalige vernieuwing. Volgens minister Karremans is sprake van de grootste vernieuwingsopgave ooit. De investeringen worden verdeeld op basis van afspraken met de Tweede Kamer, waarbij extra geld uit Prinsjesdag meer ruimte biedt voor onderhoud en regionale bereikbaarheid
Financiële impuls voor spoor
Ook het spoor krijgt een financiële impuls, met extra middelen voor onderhoud, vernieuwing en bereikbaarheid. Staatssecretaris Bertram wijst daarbij op zowel internationale verbindingen, zoals de hogesnelheidslijn (HSL) waar het spoor op diverse plekken verzakt is, maar ook de regionale projecten. Daarnaast moet de investering de weerbaarheid van het spoor versterken, mede gezien de geopolitieke situatie. Met het pakket wil het kabinet de betrouwbaarheid en veiligheid van de infrastructuur verbeteren en Nederland bereikbaar, beschermd tegen water en economisch sterk houden.
Veel infrastructuur is gebouwd tussen 1950 en 1970 en daardoor nu vaak sterk verouderd. De gevolgen daarvan worden steeds zichtbaarder, bruggen waarvan het staal en beton hun beste tijd hebben gehad, en het spoornetwerk steeds gevoeliger wordt voor storingen. De spoorbrug bij Alphen aan den Rijn is hier een voorbeeld van. Deze wordt vanaf deze week tot medio juli volgend jaar gerenoveerd. Aanleiding zijn onder meer verzakkingen van de landhoofden en kleine verschuivingen bij de middenpijler. Tijdens de werkzaamheden rijden er geen treinen tussen Bodegraven en Alphen aan den Rijn.
Ook steekt het kabinet geld in het versterken van de weerbaarheid van het spoor en in de maatregelen uit het Routeplan dat onlangs werden gepresenteerd om de regionale bereikbaarheid te verbeteren en het OV toekomstbestendig te maken. In een aparte brief kondigt het kabinet een onderzoek aan naar perspectief voor Noordelijk Nederland en de Lelylijn.
Scherpe keuzes
De opgave voor de Nederlandse infrastructuur is groot. Volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is er onvoldoende geld in het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds om alle plannen voor vervanging, renovatie, nieuwbouw en exploitatie uit te voeren. Daarom maakt het ministerie scherpe keuzes: welke infrastructuur moet op korte termijn worden vervangen en welke kan met maatregelen om de levensduur te verlengen nog langer mee?
Daarnaast trekt het kabinet 355 miljoen euro uit om vier grootschalige woningbouwgebieden beter bereikbaar te maken. Het gaat om locaties in Alkmaar, Apeldoorn, Helmond en Hengelo/Enschede. Bestaande afspraken over de bereikbaarheid van woningbouwlocaties blijven daarnaast van kracht.
Het kabinet zet een aantal infrastructuurprojecten door, waaronder de A20 Nieuwerkerk–Gouda, de vaarweg Lemmer-Delfzijl, de Nedersaksenlijn en de aanpak van de spoorknoop Eindhoven. De projecten zijn beoordeeld op basis van objectieve criteria en het beschikbare budget. Door financiële beperkingen of praktische belemmeringen worden andere projecten voorlopig gepauzeerd.
Voortzetting van projecten
Spoorprojecten zoals de Nedersaksenlijn en de aanpak van de spoorknoop Eindhoven worden voortgezet. Deze projecten maken deel uit van de plannen waarmee het kabinet de bereikbaarheid, economische groei en weerbaarheid van Nederland wil versterken. Ook de aanpak van de A20 tussen Nieuwerkerk en Gouda, de vaarweg Lemmer-Delfzijl en het Mobiliteitspakket Brainport krijgen groen licht.
Niet alle infrastructuurplannen kunnen doorgaan. Volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is het beschikbare budget onvoldoende om alle aanlegprojecten uit te voeren. Daarom zijn de projecten binnen het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) beoordeeld aan de hand van objectieve criteria en de beschikbare financiële middelen. Een aantal projecten wordt voorlopig gepauzeerd, omdat financiering ontbreekt of uitvoering op dit moment niet mogelijk is.
Kabinet kiest voor zekerheid
Het kabinet wil met duidelijke keuzes zorgen voor financiële zekerheid voor de komende acht jaar voor weggebruikers, spoorreizigers, vaarweggebruikers, regionale overheden en bouwbedrijven. Door het beschikbare budget zo efficiënt mogelijk in te zetten, moeten zoveel mogelijk bruggen, tunnels, spoorlijnen en waterwerken worden onderhouden en vernieuwd. Het schrappen van overbodige regels en het versimpelen en standaardiseren van projecten moet ervoor zorgen dat werkzaamheden sneller en goedkoper worden uitgevoerd.
Daarnaast onderzoeken minister Karremans en staatssecretaris Bertram alternatieve manieren om de aanleg van nieuwe wegen en spoorlijnen te financieren. Het kabinet gaat met de Tweede Kamer en regionale overheden in gesprek over de prioriteiten binnen het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds. De financiële uitwerking van de gemaakte keuzes volgt bij de Voorjaarsnota.