Batterijtreinen lijken beste oplossing voor spoorlijnen in Noord-Nederland

De WINK van Arriva is hybride, en is in het verleden al eens getest om met batterijen te kunnen rijden. (Foto: Treinenweb)
De WINK van Arriva is hybride, en is in het verleden al eens getest om met batterijen te kunnen rijden. (Foto: Treinenweb)

Batterijtreinen in het noorden van Nederland moet vanaf 2035 een alternatief gaan vormen voor dieseltreinen. Uit gezamenlijk onderzoek van ProRail, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincies Fryslân en Groningen komt deze oplossing als beste naar voren, al moet het kabinet er later dit najaar nog een besluit over nemen.

De 68 dieseltreinen die momenteel op de regionale spoorlijnen in Friesland en Groningen rijden, worden naar verwachting vanaf eind 2035 vervangen door elektrische batterijtreinen. Daarmee kan jaarlijks 8,5 miljoen liter diesel worden bespaard, zonder dat de circa 250 kilometer spoor volledig van bovenleidingen hoeft te worden voorzien, meldt het onderzoek.

Batterijtreinen met beperkte infrastructuur

Het onderzoek naar de verduurzaming van de regionale spoorlijnen in Noord-Nederland heeft vier mogelijkheden vergeleken: volledig elektrisch rijden met bovenleidingen van 1500 volt gelijkspanning of 25 kilovolt wisselspanning (25 kV), en batterijtreinen die van een van deze twee systemen gebruikmaken. De inzet van batterijtreinen op 25 kV wisselspanning komt daarbij als beste optie naar voren. Deze treinen kunnen het grootste deel van de circa 250 kilometer spoor zonder bovenleiding afleggen en hun batterijen opladen op strategische locaties waar wel elektrische infrastructuur aanwezig is.

Een belangrijk voordeel van het 25kV-systeem is dat de spanning over langere afstanden minder snel afneemt dan bij 1500 volt. Daardoor zijn minder bovenleidingen en stroomvoorzieningen nodig. Wel moeten de treinen worden uitgerust met zwaardere transformatoren. De combinatie van batterijvoeding en gedeeltelijke elektrificatie maakt het mogelijk om de spoorlijnen met relatief beperkte aanpassingen te verduurzamen. In Duitsland wordt al ervaring opgedaan met vergelijkbare hybride oplossingen.

Vervanging van treinstellen

De huidige vloot van 68 GTW-dieseltreinen van Arriva nadert het einde van de levensduur. De treinen rijden inmiddels op HVO, een vorm van hernieuwbare diesel, maar ook daarmee blijft het treinverkeer afhankelijk van brandstof. Ombouw van de bestaande treinen naar elektrische aandrijving is bovendien kostbaar. Volledige vervanging ligt daarom meer voor de hand.

De overstap naar batterijtreinen kan jaarlijks 8,5 miljoen liter brandstof besparen. Naast de milieuwinst speelt ook de verwachting mee dat diesel op termijn duurder wordt dan elektriciteit.

De verduurzaming sluit aan bij de Friese ambitie om het regionale treinvervoer vóór 2036 emissievrij te maken. Ook de landelijke klimaatdoelen vragen om een verdere vermindering van de uitstoot op het spoor. Volgens de Klimaatwet moet Nederland in 2050 klimaatneutraal zijn.

Zorgen over stroomvoorziening

Hoewel batterijtreinen minder bovenleidingen nodig hebben, blijft een betrouwbare stroomvoorziening een aandachtspunt vanwege de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet. Op de meeste locaties lijken aansluitingen haalbaar, maar in Sneek vormt dit een knelpunt. Daarom wordt gekeken naar Workum als alternatieve laadlocatie, zodat treinen voldoende energie hebben voor het traject naar Stavoren.

Daarnaast maakt het gebruik van 25 kV wisselspanning een directe aansluiting op het bestaande spoorwegnet, dat op veel trajecten met 1500 volt gelijkspanning werkt, niet zonder meer mogelijk. Wel kan een batterijtrein vanuit Groningen via Leeuwarden doorrijden naar het toekomstige station Middelsee.

Financiering en planning nog onzeker

Hoewel batterijtreinen als beste oplossing uit het onderzoek naar voren komen, moet het kabinet later dit najaar nog een definitief besluit nemen. Ook de financiering en uitvoering moeten worden uitgewerkt. De aanschaf van nieuwe treinen en de aanleg van laadvoorzieningen vragen om aanzienlijke investeringen, waarbij naar verwachting zowel het Rijk als de provincies moeten bijdragen. Ook Europese financiering behoort tot de mogelijkheden.

De voorbereidingen moeten op tijd beginnen om de overstap mogelijk te maken. Daarom moeten de voorwaarden voor de nieuwe concessie in 2029 duidelijk zijn, zodat vervoerders voldoende tijd hebben om treinen aan te schaffen en personeel op te leiden. De huidige concessie van Arriva loopt eind 2035 af; dat is het beoogde moment om de emissievrije batterijtreinen in te zetten. Of dit haalbaar is, hangt af van tijdige besluitvorming, financiering en de aanleg van de benodigde infrastructuur.