Sein gedoofd voor het Nieuwe Generatie Sein: ProRail en Pintsch sluiten hoofdstuk af
De invoering van het Nieuwe Generatie Sein (NG Sein) is na bijna drie jaar definitief tot een einde gekomen. Spoorbeheerder ProRail en de Duitse fabrikant Pintsch hebben een minnelijke regeling getroffen over het mislukte project. Daarmee komt een einde aan een conflict dat ontstond nadat het nieuwe sein niet aan de veiligheidseisen bleek te voldoen en de geplande landelijke uitrol werd stilgelegd.
Het NG Sein werd in november 2022 gepresenteerd als de opvolger van het traditionele Seinstelsel 1955. Het nieuwe sein moest compacter, duurzamer en eenvoudiger te plaatsen zijn. ProRail wilde honderden exemplaren inzetten, onder meer bij werkzaamheden in Den Haag, Tilburg en op rangeerterrein Kijfhoek.
Gebreken
Tijdens veiligheidstesten op het hoofdspoor bleek echter dat machinisten het sein in bepaalde situaties onvoldoende konden waarnemen. Daarnaast zou er ook sprake zijn van andere gebreken, waaronder lekkages, kromme palen en defecte dimregelingen. Omdat duidelijk werd dat Pintsch moeite had om aan de eisen te voldoen, gaf ProRail extra tijd en ruimte. Toen ook een ordentelijke beëindiging van de samenwerking niet mogelijk bleek, besloot de spoorbeheerder de overeenkomst formeel te ontbinden.
Daarom besloot ProRail in november 2023 de introductie voorlopig te staken en terug te vallen op de bestaande seinen.
Gevolgen voor spoorprojecten
De problemen hadden grote gevolgen voor verschillende spoorprojecten. Omdat de oude seinen groter waren moesten beveiligingsontwerpen opnieuw worden aangepast. Hierdoor liepen werkzaamheden vertraging op en stegen de kosten. Het NG Sein was onderdeel van vijftien grote spoorprojecten, waaronder de verbouwingen van Amsterdam Centraal, Den Haag Centraal, Amersfoort en Tilburg. De aanpassing van het project rond Den Haag Centraal leidde bijvoorbeeld tot miljoenen euro's aan extra kosten.
Samenwerking gestopt
In oktober 2025 maakte ProRail bekend dat het project definitief werd beëindigd en dat de samenwerking met Pintsch was ontbonden. De spoorbeheerder stelde dat de fabrikant ondanks extra tijd en ondersteuning niet aan de gestelde eisen kon voldoen. ProRail startte vervolgens een juridische procedure om schadevergoeding te eisen, waarbij de rechtszaak op donderdag 21 mei plaatsvond.
Volgens de spoorbeheerder ging het om een schadepost van tientallen miljoenen euro’s. Inmiddels werkt ProRail weer samen met de voormalige leverancier Vialis en wordt er gezocht naar oplossingen om bestaande seinen beter zichtbaar te maken.
Minnelijke regeling
Op zaterdag 11 juli 2026 kwam onverwacht het bericht dat ProRail en Pintsch de juridische kwestie alsnog buiten de rechter om hebben opgelost. Beide partijen maakten bekend een minnelijke regeling te hebben getroffen, maar over de inhoud daarvan doen zij geen mededelingen.
Volgens ProRail en Pintsch zijn beide organisaties tevreden met de gemaakte afspraken en sluiten zij een toekomstige samenwerking niet uit. Daarmee verdwijnt het nieuwe sein definitief uit beeld, maar blijft de zoektocht naar modernere spoorseinen doorgaan.