Nederland en België onderzoeken directe treinverbinding tussen Eindhoven en Brussel
Nederland en België hebben woensdagavond in Antwerpen een gezamenlijke verklaring ondertekend om de komst van een directe treinverbinding tussen Eindhoven en Brussel te onderzoeken. Het kan daarbij gaan om de aanleg van nieuw spoor, maar ook om een nieuwe treindienst over bestaande infrastructuur.
De verklaring werd ondertekend door demissionair staatssecretaris Thierry Aartsen (Openbaar Vervoer) en de Belgische minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke. Het initiatief maakt deel uit van bredere plannen om de grensoverschrijdende samenwerking op het spoor te intensiveren.
Strategisch belang
Volgens Aartsen is de ondertekening "een fantastische eerste stap". Hij benadrukt dat betere spoorverbindingen bijdragen aan de internationale bereikbaarheid en veiligheid van Nederland. Ook in economisch en militair opzicht noemt hij goede samenwerking met België van strategisch belang.
In januari uitte Aartsen in de Tweede Kamer al kritiek op de huidige treinverbinding tussen de twee steden. Wie van bijvoorbeeld ASML in Eindhoven naar Brussel wil reizen, zou volgens hem "drieënhalf uur" onderweg zijn en een stuk of vier keer moeten overstappen, als de trein al gaat”. In de praktijk duurt de reis ongeveer tweeënhalf uur met één overstap in Breda.
Volgens de ondertekenaars vragen "nieuwe uitdagingen in een snel veranderende wereld om snelle actie". In de zomer moet de intentieverklaring leiden tot concretere afspraken. Provincies en spoorbeheerders worden daarbij betrokken. Vooralsnog is er geen financiering gereserveerd voor een nieuwe verbinding.
Miljardeninvestering onzeker
Niet iedereen is overtuigd van de haalbaarheid. Bert van Wee, hoogleraar Transportbeleid aan de TU Delft, betwijfelt of de voordelen van een rechtstreekse verbinding opwegen tegen de kosten. Volgens hem kan de aanleg van een nieuwe spoorlijn al snel zo’n acht miljard euro vergen.
Daarnaast wijst hij op politieke onzekerheden. Aan beide kanten van de grens kan steun voor het project afnemen, bijvoorbeeld na verkiezingen of bij een nieuw kabinet. Zelfs als er groen licht komt, zal realisatie volgens Van Wee nog lang op zich laten wachten. Voor nieuwe spoorlijnen in Nederland geldt doorgaans een voorbereidingstijd van minstens tien jaar; bij grensoverschrijdende projecten kan dat oplopen tot enkele decennia.
Breder spoordossier
De samenwerking tussen Nederland en België beperkt zich niet tot de verbinding tussen Eindhoven en Brussel. In de verklaring spreken beide landen ook af te kijken naar verbetering van de goederenspoorverbinding tussen Gent en Terneuzen. Ook wordt er gekeken naar een heringebruikname van de 'IJzeren Rijn', een historische spoorverbinding tussen België en Duitsland via Limburg. De betrokken bewindspersonen willen voortaan minstens één keer per jaar overleg voeren over het gezamenlijke spoordossier.
Met de ondertekening zetten beide landen een eerste formele stap richting intensievere spoorintegratie. Of die uiteindelijk leidt tot een rechtstreekse trein tussen Eindhoven en Brussel, zal de komende jaren moeten blijken.