Elke 7,5 minuut een trein: ProRail wil Randstad-spoor naar hoger niveau tillen
Met relatief kleine aanpassingen aan het spoor kunnen in de toekomst op grote delen van de Randstad en op drukke trajecten daarbuiten iedere 7,5 minuut treinen rijden. Dat zegt programmamanager Anne Zwiers van ProRail tegenover De Telegraaf. De spoorbeheerder kijkt daarbij nadrukkelijk naar het voorbeeld van de Duitse S-Bahn, waar op veel regionale lijnen een zeer hoge frequentie de norm is.
De ambitie voor 'spoorboekloos' rijden sluit aan op het lopende Programma Hoogfrequent Spoor (PHS), waarin ProRail momenteel al inzet op tienminutendiensten op belangrijke hoofdtrajecten. Op meerdere routes is dat inmiddels werkelijkheid, maar de volgende stap dient zich al aan. Tussen Schiphol en Amsterdam Centraal wordt nu al volgens een 7,5-minuutdienstregeling gereden.
"We zien dat het met beperkte maatregelen mogelijk is om op verschillende corridors te groeien naar acht sprinters en acht intercity’s per uur", zegt Zwiers. Genoemd worden onder meer de trajecten Amsterdam–Utrecht–Arnhem en Schiphol–Utrecht–Den Bosch.
Oude Lijn
Ook de zogeheten Oude Lijn tussen Leiden en Dordrecht speelt een sleutelrol in de plannen. Hier gaat het niet alleen om meer treinen, maar om de ontwikkeling van de hele regio. In combinatie met aansluitingen op RandstadRail, de Hoekse Lijn en busverbindingen zou dat leiden tot kortere wachttijden en snellere reizen binnen de metropoolregio.
7,5 Minuten dienstregeling
Het idee van een 7,5-minutendienstregeling werd al in 2018 genoemd in een voorverkenning, toen nog als een verre toekomstvisie. Na de coronapandemie keert de drukte op het spoor echter terug en wordt verdere groei verwacht, mede door nieuwe woningbouw. NS speelt daarop in met de bestelling van 36 nieuwe treinen die vanaf 2030 ingezet kunnen worden en zowel als sprinter als intercity dienst kunnen doen. Tegelijkertijd blijft de financiering van de noodzakelijke aanpassingen, met name op de Oude Lijn, een hardnekkig struikelblok, ondanks de brede steun bij nationale en regionale bestuurders.
Bron: De Telegraaf