Drenthe en Overijssel fel tegen onzekerheid over Nedersaksenlijn
De toekomst van de Nedersaksenlijn staat opnieuw op losse schroeven nu het Rijk miljarden moet bezuinigen op infrastructuur. De provincies Drenthe en Overijssel vinden dat eerder gemaakte afspraken over de spoorverbinding en het spoor bij Meppel moeten worden nagekomen. Volgens de provinciebesturen staat met het mogelijk schrappen van de projecten niet alleen de bereikbaarheid van Noord-Nederland, maar ook het vertrouwen in de overheid op het spel.
De onzekerheid ontstond doordat het kabinet extra geld nodig heeft voor onder meer het onderhoud van bestaande infrastructuur. Daardoor worden eerder geplande projecten opnieuw tegen het licht gehouden. Naast de Nedersaksenlijn en de uitbreiding van station Meppel staan ook andere infrastructurele projecten, zoals de verbetering van de N50, opnieuw ter discussie.
Provincie Drenthe: "Afspraak is afspraak"
"Afspraak is afspraak", zegt de Drentse gedeputeerde Bart van Dekken. Vorig jaar werden officiële afspraken gemaakt en werd ongeveer 1,9 miljard euro gereserveerd voor de Nedersaksenlijn, die Groningen met Enschede moet verbinden. Ook voor de aanpak van het spoorknooppunt bij Meppel is 175 miljoen euro uitgetrokken.
Ook Overijssel reageert fel
Ook in Overijssel is de reactie fel. Provinciebestuurder Martijn Dadema zegt dat de regio ervan uitgaat dat de gemaakte afspraken worden nagekomen. Als projecten alsnog worden geschrapt, kan dat volgens hem gevolgen hebben voor de relatie tussen overheid en burger. „Dit gaat echt wat doen met onze regio”, aldus Dadema.
Bereikbaarheid verbeteren
Voor Drenthe en Overijssel staat er veel op het spel. De Nedersaksenlijn moet de verbinding tussen Noord- en Oost-Nederland verbeteren, terwijl de aanpak van het spoor bij Meppel de zogenoemde flessenhals moet oplossen die de bereikbaarheid van het noorden per trein regelmatig belemmert. Het kabinet komt naar verwachting half oktober met meer duidelijkheid over welke projecten doorgaan.