ProRail brengt zwakke plekken op spoor door klimaatverandering in kaart

 (Foto: Patrick Kicken)
(Foto: Patrick Kicken)

Door de klimaatverandering zal Nederland steeds vaker te maken krijgen met extreem weer, zoals hevige regenbuien of langdurig hoge temperaturen. Omdat dit voor verstoringen op het spoor kan zorgen brengt ProRail samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de belangrijke locaties in kaart.

Het Nederlandse spoornetwerk is gebouwd voor een gematigd zeeklimaat met milde winters en relatief koele zomers. Ook bij het onderhoud houdt ProRail daar nu nog rekening mee. Zo waren er bijvoorbeeld in de afgelopen zomers enkele momenten waarbij het kwik tijdens een hittegolf boven de 30 graden reikte. In deze situaties neemt de kans op storingen op het spoor toe. Zo zet staal uit bij hitte, kunnen elektriciteitskasten naast het spoor te heet worden.

Naast hittegolven zijn de regenbuien ook heviger vergeleken met eerst. Hierdoor kan bijvoorbeeld het spoor onder water staan. "Wat we nu als extremen zien qua weer, zullen we in 2050 als normaal ervaren", zegt Onno Hazelaar die de taak als infra-architect bij ProRail uitvoert.

Spoor verbeteren

Om het gehele spoor bestand te maken tegen iedere vorm van weersextremen zou er een flinke investering gedaan moeten worden. Echter hebben ProRail en het Ministerie van I&W hiervoor niet gekozen, omdat er op dit moment in een jaar statistisch gezien maar enkele dagen zijn waarop het spoor er hinder van kan ondervinden, en dit volgens beide partijen geen miljardeninvestering waard is.

Samen met het ministerie kijkt ProRail naar de toekomst. Daarom doet ProRail gericht onderzoek naar welke spoorinfrastructuur kwetsbaar is voor welke weersinvloeden en wat er op lokale of regionale basis aan kan worden gedaan om het robuuster voor het weer te maken. Het ministerie zal vervolgens een keuze maken in de definitieve aanpak en bijbehorende investeringen om het spoor in topconditie te houden.

Projecten

Bij huidige projecten houdt ProRail al rekening met het klimaat. Een goed voorbeeld hiervan is het nieuwe station Driebergen-Zeist waar nu al een opslag voor water onder de grond ligt ter grootte van een olympisch zwembad. Het opgevangen water wordt hier gebruikt om het groen in de omgeving te bewateren en de fietsenstalling te verwarmen. Zonder deze opslag zou de kans op wateroverlast bij regenbuien aanzienlijk groter zijn.