Vakbond luidt alarmbel over geweld tegen ov-personeel
Spoorwegvakbond VVMC luidt de alarmbel over de toenemende agressie tegen treinpersoneel. Dit jaar zijn al 5.088 meldingen van agressie en geweld tegen NS-medewerkers geregistreerd. Volgens de vakbond is sprake van een structureel veiligheidsprobleem dat dringend om maatregelen vraagt.
Schelden, bedreigen, bespugen, intimideren en fysiek geweld zijn volgens de VVMC steeds meer onderdeel van de dagelijkse werkomgeving van medewerkers in en rond het openbaar vervoer.
Brandbrief
In een brandbrief aan de voorzitters van de Tweede Kamerfracties spreekt de vakbond van „grote zorgen” over de ontwikkeling. De ernst van de incidenten neemt volgens de bond bovendien toe. Zo werd in februari een hoofdconducteur op station Rotterdam Blaak zwaar mishandeld en verloor hij het bewustzijn. Een vergelijkbaar incident vond een half jaar later plaats op station Den Dolder.
De vakbond wijst op meerdere recente gevallen waarbij medewerkers gewond raakten. Zo liep een medewerker een gebroken pols op en verloor een ander een vingerkootje. Volgens de VVMC gaat het daarmee niet meer om „vervelende situaties”, maar om ernstige geweldsdelicten die een structureel veiligheidsprobleem vormen.
Stijging van geweldsincidenten
De cijfers van NS laten zien dat het aantal meldingen de afgelopen jaren sterk is gestegen. In 2023 werden 2.672 meldingen van agressie en geweld geregistreerd, tegenover 5.696 in 2024 en 6.442 in 2025. In de eerste drie kwartalen van dit jaar waren er al 1.368 gevallen van fysiek geweld en werd personeel 105 keer met een wapen bedreigd.
Een van de belangrijkste aanleidingen voor agressie is volgens NS het aanspreken van reizigers op hun gedrag en het controleren van vervoersbewijzen. De VVMC wijst daarnaast op het vervallen van de boa-bevoegdheid van hoofdconducteurs in 2022. „De cijfers en recente incidenten laten zien dat de huidige situatie niet langer houdbaar is”, schrijft de vakbond, die met de politiek in gesprek wil om verdere escalatie te voorkomen.
Toegang tot rijbewijzenregister voor boa's
Om de toenemende agressie tegen ov-personeel tegen te gaan, krijgen boa’s in het openbaar vervoer, en dus bij NS de medewerkers van Veiligheid & Service, vanaf 1 oktober toegang tot het rijbewijzenregister. Daarmee kunnen zij zelfstandig de identiteit controleren van reizigers die geen identiteitsbewijs bij zich hebben. Dat heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bekend gemaakt. Nu zijn boa’s daarvoor nog afhankelijk van de politie, waardoor wachttijden kunnen ontstaan en situaties volgens het kabinet kunnen escaleren.
Staatssecretaris Annet Bertram: "Ik hoor boa’s die zeggen dat ze weinig mogelijkheden hebben om de identiteit van personen vast te stellen. Dat ervaren ze als heel frustrerend – en terecht. Zij verdienen steun bij het uitvoeren van hun vaak moeilijke werk. Toegang tot het rijbewijzenregister is voor hen een grote stap vooruit."
De maatregel moet daarmee een van de knelpunten aanpakken die bijdragen aan agressie tegen ov-medewerkers. Uit onderzoek blijkt dat 42 procent van de boa’s dagelijks te maken heeft met een situatie waarin zij iemands identiteit niet zelfstandig kunnen vaststellen; bij NS hield ongeveer een kwart van de meldingen van agressie verband met identificatie. Het kabinet onderzoekt daarnaast toegang tot andere registers en werkt aan aanvullende maatregelen, zoals bodycams voor NS-conducteurs, een proef met een korte wapenstok voor ov-boa’s en investeringen in veiligere stations.