Fietstunnel bij station Meppel onderdeel van aanpak spoorflessenhals

Een archieffoto van een DDZ op station Meppel. (Foto: Sneeuwvlakte (CC BY-SA))
Een archieffoto van een DDZ op station Meppel. (Foto: Sneeuwvlakte (CC BY-SA))

De aanleg van een fietstunnel bij station Meppel vormt een belangrijke stap in de aanpak van de zogeheten spoorflessenhals bij de stad. Dit traject is een van de meest kwetsbare punten in het spoorwegnet, omdat al het treinverkeer van en naar Noord-Nederland via Meppel loopt.

Het Rijk en de gemeente hebben daarom de intentie uitgesproken om de spoorwegovergang bij de Reeststouwe te vervangen door een fietstunnel. Daarmee ontstaat niet alleen een snelle fietsverbinding naar het stationsgebied en de wijk Ezinge, maar wordt ook de veiligheid op het spoor verbeterd. 

Danou Veenhof, regiodirecteur ProRail, benadrukt het probleem van de flessenhals: "De enige spoorlijn richting het noorden van Nederland en andersom, gaat via Meppel. Is hier een verstoring, dan heeft dat gevolgen voor het treinverkeer naar en vanuit heel het Noorden."

Maatregelen

De fietstunnel maakt deel uit van een breder pakket aan maatregelen om het spoor rond Meppel robuuster, veiliger en toekomstbestendig te maken. Het kabinet stelde hiervoor vorig jaar 100 miljoen euro extra beschikbaar. Dat bedrag komt bovenop de 75 miljoen euro die eerder al was gereserveerd. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, ProRail, de gemeente Meppel en de provincies Overijssel, Drenthe, Friesland en Groningen werken samen aan de uitvoering van de plannen.

Naast de fietstunnel worden ook andere maatregelen genomen om de veiligheid en capaciteit te vergroten. Zo worden in Staphorst de fietspaden bij de overweg Gemeenteweg los van het autoverkeer aangelegd. Ook worden onderzoeken uitgevoerd naar de stabiliteit van de spoorbaan en de energievoorziening van het traject. Deze aanpassingen zijn nodig om op termijn meer treinen te kunnen laten rijden tussen Zwolle en Groningen.

"Met deze investeringen in maatregelen rondom Meppel zetten we stappen in de verbetering van de betrouwbaarheid, robuustheid en capaciteit van het spoor tussen Zwolle-Meppel-Groningen en Leeuwarden", vertelt Veenhof.

Kortere reistijden

Verder moeten aanpassingen aan het spoor en de infrastructuur voor kortere reistijden zorgen. Tussen Zwolle en Meppel worden delen van het traject zo aangepast dat treinen minder vaak hoeven af te remmen. In Heerenveen worden seinen verplaatst, zodat machinisten later kunnen beginnen met remmen. Samen leveren deze veranderingen reistijdwinst op en ontstaat er meer ruimte in de dienstregeling, waardoor het spoor richting het noorden minder gevoelig wordt voor verstoringen.