ACM: Geen financiële bezwaren tegen Arriva-treinen naar Parijs
De plannen van Arriva om vanaf 2028 rechtstreekse treinen vanuit Amersfoort en Den Haag naar Parijs te laten rijden, vormen geen financiële bedreiging voor voor NS. Dat concludeert de Autoriteit Consument en Markt (ACM) na een economische evenwichtstoets (EET) die op verzoek van NS is uitgevoerd.
Arriva heeft de plannen om vanaf 1 februari 2028, en mogelijk al eerder, twee keer per dag heen en weer rijden tussen Amersfoort en Parijs en drie keer per dag tussen Den Haag Hollands Spoor en Parijs. De plannen van de vervoerder zijn om locomotieven met getrokken rijtuigen in te zetten, blijkt uit de aanvraag bij de ACM. Van de inzet van hogesnelheidsmaterieel is geen sprake, waarmee er een verbinding ontstaat over het reguliere spoor.
Onderzoek
NS vroeg de ACM om onderzoek te doen naar de gevolgen van de plannen. Bij een EET wordt bekeken of een nieuwe internationale treindienst de inkomsten van bestaande diensten op het Nederlandse hoofdrailnet zodanig aantast dat het economische evenwicht van de concessie van NS in gevaar komt. Volgens de ACM is daarvan geen sprake, al verwacht NS wel enige inkomstenderving dat nog boven de grens zal blijven.
Daaraast gaat vanaf december ook GoVolta starten met ritten tussen Amsterdam en Parijs. Ook hiervoor heeft NS de ACM gevraagd een economische evenwichtstoets uit te voeren. Het oordeel over de GoVolta-dienst moet nog volgen.
Rechtstreekse verbinding
De ACM wijst bovendien op het voordeel voor reizigers. Vanuit zowel Amersfoort als Den Haag ontstaat met de plannen van Arriva een rechtstreekse treinverbinding met Parijs, zonder overstap. Een dergelijke verbinding wordt momenteel niet als onderdeel van de concessiediensten van NS aangeboden.
Daarom ziet de toezichthouder per saldo een voordeel voor reizigers en staat niets een toegang van Arriva tot de spoorweginfrastructuur vanuit economisch oogpunt in de weg.
Eerste horde genomen
Voor Arriva is met het besluit van economische evenwichtstoets de eerste horde genomen. De volgende stap voor de vervoerder is om in Nederland, België en Frankrijk de benodigde spoorcapaciteit aanvragen. In Nederland gebeurt dat bij ProRail, in België bij Infrabel, en in Frankrijk bij SNCF Réseau.
Arriva is niet de enige vervoerder die nieuwe treindiensten naar Parijs voorbereidt. GoVolta wil in december al starten met een verbinding tussen Amsterdam en Parijs, waarmee er in de toekomst meerdere mogelijkheden en een concurrentie ontstaat voor internationale lijnen.