Hoge bod NS voor HSL "totaal onverwacht"

Het bod van de NS van 178 miljoen euro per jaar voor het treinvervoer op de HSL-Zuid was "totaal onverwacht" en "erg hoog". Zo'n groot verschil met het gevraagde minimum van 100 miljoen zou niet vaak voorkomen, zei Wim Korf (projectdirecteur HSL Zuid van 1995 - 2001) tegenover de parlementaire enqûetecommissie over de HSL en de Fyra.

Volgens Korf bestond bij de overheid geen behoefte om meer te krijgen dan het minimum van 100 miljoen euro per jaar. "Maar als de NS zegt dat een bod van 178 miljoen haalbaar is, is dat voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat een gegeven", zei Korf.

Volgens Korf verschilden de biedingen behoorlijk van elkaar: "Ik constateerde dat er enorme verschillen zaten tussen de biedingen, maar ik vond daar niet zoveel van. We hebben nooit een bandbreedte gesteld waar binnen het bod moest blijven. Ik ben nooit op zoek geweest naar de bovengrens. 100 miljoen was voor ons voldoende. Er was geen behoefte om heel veel meer te krijgen. Het ging ons om het vervoersconcept."

Volgens de getuigende projectleider is er discussie is geweest om het bod van de NS af te keuren omdat NS beloofde in 93 minuten naar Brussel te rijden, terwijl dat met een snelheid van 220 kilometer per uur niet haalbaar zou zijn. Ook zou niet bepaald zijn welke maximumsnelheid de treinen zouden gaan rijden tussen de twee hoofdsteden.

Leugen

Volgens dhr. Krieken (extern adviseur HSL) die ook ondervraagd is geweest zou de snelheid voor de treinen in het tijdsbestek van 93 minuten ongeveer 300 kilometer per uur zijn geweest. "We konden niet zeggen dat als de vervoerder denkt het kunnen halen, dat mag je niet denken". Hij doelt daarmee dat NS beweerde de gevraagde reistijd naar Brussel ook kon halen met V220. Krieken noemde destijds in een interne memo de beloofde 93 minuten naar Brussel een leugen.

Krieken ging er al in 2001 vanuit dat de hogesnelheidstreinen uiterlijk in de 2e helft van 2002 besteld had moeten worden. Dan zou de trein in 2005 al getest kunnen worden, waarna ze in 2007 in de dienstregeling hadden kunnen rijden. De V250 Fyra werd echter pas in 2004 besteld en reed pas in 2012.

Ook zouden er volgens de adviseur 19 treinstellen benodigd zijn, terwijl het aanvankelijke bod uit ging van 16 treinen. Later werd dit nog uitgebreid naar 19 treinstellen. Ook zou den er in het bod beloftes niet onderbouwd zijn, waaronder dat er in de concessieperiode geinvesteerd zou worden in materieel. Maar in de financiele onderbouwing ontbrak deze belofte.

Parlementaire enqûete

De parlementaire enqête is afgelopen maandag gestart, en wil 40 mensen onder ede verhoren, om vervolgens een antwoord te kunnen krijgen op de vragen waarom de V250 Fyra-treinen vijf jaar te laat gingen rijden tussen Amsterdam en Brussel en waarom ze grote technische gebreken hadden na oplevering waarna ze al na 40 dagen aan de kant werden gezet.


De enquete-zaal binnen het parlement (Foto: Google Streetview)

Bron: De Telegraaf